Leer je hond los te lopen.

In de natuur leert een wilde hond zelf zijn roedel terug te vinden.

Welpjes worden niet geroepen. Men laat een welp in paniek raken en de anderen zoeken. Gedraag je als een hond.

Honden communiceren bijna niet met klanken, wel met lichaamsbewegingen.  

Geef de dag ervoor niet veel eten.

Geef zeker geen eten de ochtend zelf. Breng de hond in een gecontroleerde situatie waar hij jou verliest en in paniek raakt.

Leer hem jou zoeken. Zo blijft hij rustig en zal later niet verloren lopen.

Neem een half pond mee van lekkers.

Het is een mengeling van stukjes rauw stoofvlees, gebakken en gezouten rundslever, kattensnoepjes, kaasblokjes, worst … Het is best een beetje gezouten.  

Laat de hond een penning dragen met je gsm nummer. Ga naar een afgemaakte hondenweide die hij niet kent.

Roep hem NOOIT !

Als hij naar je komt, geef je hem een stukje. Verstop je en doe hetzelfde. Vergroot de tijd en de afstand. Je kan dit op verschillende weiden doen.  

Wat te doen?

De gouden regel is nooit je hond roepen

Rij naar een bos dat hij niet kent. De meesten doen plots een sprint van ongeveer 100 meter. Denk niet : nu is hij weg …

Roep niet, draai je om en keer terug. Toon hem je rug. Laat zien dat je hem achterlaat. Even later stopt hij, keert zich om, zoekt waar je bent en komt naar jou. Dan kan je belonen.

In het begin komt een hond niet snel terug. Hij is te gelukkig. Na een paar keer is het nieuwe eraf. Hij komt sneller.

Hij loopt naar de auto.

Parkeer op een veilige plaats in het bos, niet op een parking. Wanneer hij je zoekt zal hij rond de auto lopen.

Als je aankomt, laat je hond aan de lijn rond de auto zijn plasje doen. Geef snoepjes. Leg vlees op de bumpers. Laat hem die opeten. Vergroot langzaam aan de cirkel rond de auto en laat hem dan los.

Konijnen zijn nooit verder dan 50 meter van hun pijp en zullen altijd naar daar lopen. Een hond zal nooit heel ver van de pijp gaan.

Dus leer je hond speuren, neem genoeg tijd en wees geduldig